Stress en gen maakt gevoelig voor depressie

NIJMEGEN – Onderzoekster Lotte Gerritsen van het UMC St Radboud heeft ontdekt dat mensen met een afwijkend gen, het zogeheten BDNF-gen, in combinatie met stress gevoeliger zijn voor het krijgen van een depressie.

Het BDNF-gen maakt een groeifactor die belangrijk is voor de hersenontwikkeling. Gerritsen concludeert dat in geval van stress een variant van dit gen kennelijk minder goed functioneert, want het hersengebied waar de emoties worden gereguleerd ontwikkelt zich dan niet optimaal. Hierdoor lopen ze een grotere kans op depressie.

Stressvolle gebeurtenissen in de kindertijd, zoals het scheiden van de ouders of het overlijden van een broer of zus, verhogen de kans op een depressie op latere leeftijd.

Daarnaast lijken ook bepaalde variaties in het BDNF-gen een grotere kans te geven op een depressie. Dit bleek al uit meerdere studies. Maar tot nu toe was het onbekend of er een verband tussen beide factoren bestaat.

Geen verschil

Uit het onderzoek bleek dat het in de anatomie van de hersenen niet of nauwelijks was terug te zien of iemand een normaal of afwijkend gen had. Net zo min of iemand in zijn kindertijd wel of geen stressvolle gebeurtenissen had meegemaakt.

Maar had iemand een afwijkend gen én stressvolle gebeurtenissen meegemaakt, dan zagen de onderzoekers wél een duidelijk verschil. Bij hen was een hersengebied in de prefrontale cortex duidelijk kleiner dan bij de andere vrijwilligers. En uitgerekend dit hersengebied, dat belangrijk is voor het afstemmen van emoties, wordt vaak in verband gebracht met depressies.

Invloed van stress

Het onderzoek van Gerritsen is belangrijk, omdat het voor depressieve aandoeningen laat zien hoe stress de werking van genen beïnvloedt. De resultaten van het onderzoek zijn online gepubliceerd in Molecular Psychiatry.

Speak Your Mind

*

tv opnames bijwonen